Toelichting bij de jaarstukken

Toelichting bij de jaarstukken 2011 en bij de agenda voor de Ledenvergadering van Kansplus Amsterdam op 5 april 2012.

1.    Werkzaamheden in 2011 en eerste deel 2012.

a)    Voorlichtingsavond over wet Zorg en Dwang op 14 april 2011.

Bij de Tweede Kamer ligt het nieuwe wetsvoorstel Zorg en Dwang. Dit beoogt speciaal voor de VG-sector en de sector verplezing en verzorging een regeling te treffen voor het toepassen van dwangmiddelen en dwangbehandelingen. Nieuw daarbij is dat de wet ook van toepassing is op mensen die buiten een instelling verblijven. Oud-Tweede Kamer lid Jose Smits  (nu stichting Osami) hield een goede inleiding voor de ca 20 aanwezigen, waarna een levendige discussie volgde. Het bestuur houdt de verderingen van de wet in de gaten en zal de leden daarover informeren.

b)    Clientenbelang Amsterdam en de WMO-gemeente Amsterdam

De gemeente Amsterdam heeft in 2009 besloten om alle patientengroeperingen samen te laten werken in een vereniging, CBA. Kansplus neemt dan ook deel aan het CBA en is daar de belangrijkste partij in het cluster Verstandelijk Gehandicapten.
Via het cluster wordt Kansplus geraadpleegt over standpunten die ons aangaan. Het belangrijkste onderwerp in 2011 ( en ook 2012) is de inrichting van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) door de gemeente voor de onderdelen begeleiding, kortdurend verblijf en vervoer.

Meteen na de bekendmaking van de beleidsnotitie Langdurige zorg (juli 2011) en de beleidsnotitie WMO 2012-2016 van de gemeente, heeft Kansplus Amsterdam zich schrap gezet voor een aantal zaken: voldoende deskundigheid, zowel bij de gemeente als bij de zorgaanbieders voor de begeleiding, onafhankelijke indicatiestelling voor de begeleiding door deskundigen ( dus niet door een loketbeambte van het zorgloket), een goede betaling van matelzorgers en geen overbodige betaling van overhead aan grote instellingen met duur management. Verder benadrukt Kansplus het belang om ook in WMO-verband een PGB in stand te houden.
Kansplus heeft zowel via de officiele WMO-raad, maar ook een op een met de gemeente, haar invloed doen gelden bij de gemeente. Hier gaat erg veel tijd mee gemoeid.

c)    Vrijwilligersproject in de VG-sector.
Vanuit Kansplus Amsterdam is een project gestart om met behulp van vrijwilligers steun te geven aan gezinnen met een verstandelijke beperking. Daarbij gaat het vaak om complexe situaties. Kansplus doet dit project samen met MEE en Markant. Markant is een vrijwilligersorganisatie die ook al andere projecten doet.
Er zijn op dit moment al 20 gezinnen geholpen met deze extra steun.

Kansplus heeft een aparte subsidie van de gemeente Amsterdam hiervoor, die echter niet eeuwig zal duren. Kansplus maakt zich hard voor extra deskundigheid in het vrijwilligerscircuit voor de mensen met een verstandelijke beperking en hun verwanten.

d)    Communicatie en nieuwe doelgroepen.

Kansplus Amsterdam heeft een eigen website voor informatie en onderlinge  communicatie. Deze wordt te weinig gebruikt, mede door de alternatieven die Facebook, LinkedIn, Hyves en Deeljezorg nu bieden. In 2011 is een start gemaakt met het vernieuwen van de website. Er wordt dan aansluiting gezocht bij de bovenstaande sociale media. In 2012 gaat de nieuwe website de lucht in.

Een belangrijk punt voor het bestuur van Kansplus Amsterdam is dat in Amsterdam nog een grote groep mensen met een verstandelijke moet herbergen van allochtone herkomst. Deze zijn voor de zorgverlening en ook voor Kansplus nauwelijks zichtbaar. Afgelopen jaar hebben we met hulp van Malene Duijst van CBA enkele bijeenkomsten bezocht van moeders van kinderen met een beperking. Op die manier proberen we meer zicht te krijgen op de hulp die wellicht geboden kan worden en te horen van hun specifieke vragen.

2. Plannen voor 2012.

* het grootste deel van de inzet van het bestuur zal gebruikt worden voor de goede inpassing van de begeleiding in de WMO. Er moet door de gemeente nog veel werk verzet worden en daar wil Kansplus bovenop zitten. Goede indicatiestelling door onafhankelijke deskundigen is de eerste prioriteit. Daarnaast moet er qua deskundigheid een gelijke betaling zijn voor de inzet van mantelzorgers en externe deskundigen. Ook moet de gemeente zich niet laten inpakken door dure aanbieders die geen kwaliteit leveren.

* het vrijwilligersproject wordt hopelijk goed ondergebracht bij MEE en Markant. Kansplus Amsterdam kan dit namelijk niet blijven beheren vanwege de kosten voor personele coordinatie. Expertise bj de in te zetten vrijwilligers is ons belangrijkste punt van zorg.

•    het bereiken van mensen met een verstandelijke beperking en hun verwanten uit de hoek van allochtonen is een derde punt. Zie bij 2011 waarom dat van belang is.

•    Landelijke ontwikkelingen bijhouden en beinvloeden. In het kabinet worden nog meer plannen gesmeed die van belang zijn voor de VG-sector: Passend onderwijs, Wet Werken naar Vermogen (met afbouw soc. Werkvoorziening en Wajong), nieuwe wet Jeugdzorg en plannen voor scheiden werk en wonen. Genoeg om zeer alert te zijn. Via Kansplus hebben we goede banden met het Platform VG, dat landelijk de politieke lijnen uitzet. We zullen de achterban blijven informeren hierover.

3.    Financiele zaken.

Bijgaand de balans en het resultaat van de afdeling Amsterdam over 2011.
Zoals te zien is, heeft de afdeling een fors eigen vermogen dat voldoende rente oplevert (eur 3122, 08) om de lopende zaken te betalen. Daarnaast is er de geldstroom van het project voor vrijwilligers. Dat wordt apart met de gemeente Amsterdam verrekend.
De contributiegelden die Kansplus Amsterdam van Kansplus Centraal krijgt (eur 1672,-) schenken we direct weer terug aan het hoofdkantoor. Die kan het goed gebruiken.
Binnen Kansplus als geheel wordt op dit moment stevig nagedacht hoe om te gaan met het vermogen van rijke afdelingen als Amsterdam en andere afdelingen (samen hebben de afdelingen maar liefst eur 1,3 miljoen, dat veelal niet gebruikt wordt). In 2010 heeft Kansplus Amsterdam al een bijdrage van eur 8000,-  gegeven aan Kansplus Centraal om daar enige lucht te geven aan de personele kosten.

Gelet op de geringe lopende kosten, ziet Kansplus Amsterdam al enige jaren af van het opzetten van een begroting voor het lopende jaar. Mochten zich onverwachte zaken voordoen, dan heeft de afdeling voldoende eigen vermogen om die op te vangen.
Vanaf 2012 wordt overigens de gehele boekhouding door het centrale bureau van Kansplus in Houten gedaan. Dat zorgt ook voor een professioneel beheer.

4.    Bestuur.

Carien Rombach heeft 6 jaar Kansplus Amsterdam als voorzitter gediend met veel inzet. Met name het vrijwilligersproject was haar geesteskind. Maar ook in de WMO-zaak heeft zij zich duchtig geweerd. Ze woont al weer twee jaar in de Zuid Beemster, reden om afscheid te nemen van Amsterdam.
We zijn haar dankbaar voor haar inzet en inzicht.

Ada Bolder heeft haar lidmaatschap van Kansplus beëindigd om haar moverende reden. Ze heeft vanaf 2009 Kansplus gesteund met haar inzichten over de bekostiging en , vanuit haar achtergrond, wonen en werken.

Het bestuur stelt voor als bestuursleden:

Natalie Boyce: van oorsprong Engelse, maar al weer 30 jaar in Nederland wonend. Moeder van twee kinderen, waarvan een met een autisme-stoornis. Werkt zelf in de begeleiding van mensen met een verstandelijke beperking en heeft veel ervaring met de bekostiging van de zorg.

Emilie van der Linden, werkt eveneens al 20 jaar in de VG-sector. Ze heeft de HBO-opleiding SPH en diverse nascholingen. Zeer deskundig  op het VG-terrein en creatief in het bedenken van nieuwe initiatieven van zorg.

Bouchra Mimouni, is ervaringsdskundige in het VG-vlak, heeft de laatste jaren snel zich veel vaardigheden eigen kunnen maken en kan het bestuur veel leren over het benaderen van mensen met een beperking in onze stad.

Het bestuur stelt voor deze bestuursleden tijdens de ledenvergadering te benoemen voor de gebruikelijke termijn van 3 jaar.

Dit bericht is geplaatst in Bestuur. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.